Crescendo en decrescendo

21-2-2019

Mevrouw wordt binnengereden in haar rolstoel. Ze “landt” op een paar meter van de piano, kijkt me vol aan en lacht hardop. Voor het eerst, na maanden, heb ik contact met haar.

ledere keer als er oogcontact is, schiet ze in de lach en begint ze te praten. Het houdt het midden tussen lachen en huilen, ontremd. Mevrouw kan er bijna niet meer mee stoppen en blijft vol expressie uiting geven aan wat er in haar omgaat.

De pianoklanken brengen haar tot rust. Wanneer iemand oogcontact met haar maakt of binnen een straal van 3 meter nadert, start de ontremming weer. Bij het lied Edelweiss gebeurt er iets opmerkelijks. Mevrouw beweegt haar rechterarm op de puls van het lied, de vuist gebald. Haar beweging wordt energieker en ze geeft precies aan wanneer de intensiteit van de muziek moet toenemen. Bij het afnemen volgt ze mij. Wat ze in het dagelijks leven niet meer voor elkaar krijgt, lukt haar wel in de volgende rol in de muziek: een afwisseling in crescendo, toename in volume, en decrescendo, afname in volume. Zij dirigeert mij in de crescendo’s, ik neem haar mee in de decrescendo’s.

Na ieder gezongen lied komt ze volledig tot rust bij verstillende pianoklanken. Ze sluit haar ogen en luistert.

Een verzorgende komt binnen. Ze schudt mevrouw bij haar schouder, waardoor deze verschrikt haar ogen opent. Vervolgens swingt ze even met haar heupen en armen heen en weer op de muziek, kijkt mevrouw van dichtbij lachend aan, nog een schouderklopje en weg is ze weer. Mevrouw kijkt even voor zich uit en sluit haar ogen weer. Er kwam een wervelende crescendo voorbij, maar mevrouw is in staat om bij zichzelf de decrescendo-sfeer vast te houden.

Uit onverwachte hoek

29-1-2019

Theo loopt aan de arm mee naar de muziekruimte. We lopen hiervoor een klein stukje buiten over het erf van de zorgboerderij. Theo heeft weinig uitdrukking op zijn gezicht. Het lijkt of alles langs hem heen gaat. Communiceren verloopt via echolalie. Wat er tegen hem gezegd wordt, herhaalt hij op monotone toon. Uit zichzelf maakt hij zelden of nooit een opmerking. De wandeling over het erf is maar een paar stappen, maar het biedt precies de mogelijkheid om iets uit te wisselen. Een opmerking over de zon, de wind, bloemen, dat wat er te zien, te horen, te ruiken en te voelen is. Aldus pratend in echolalie-vorm lopen we naar de muziekruimte.

Tijdens het muziek-uur zingt Theo met de meeste liedjes mee, uit het hoofd of van blad af. Vandaag ziet hij er gehavend uit. Hij is afgelopen week gevallen en heeft flinke verwondingen aan zijn gezicht. Hij ziet er aangeslagen uit. Hij zingt mee, maar laat de tekstblaadjes deze keer op tafel liggen. Alles lijkt nog meer langs hem heen te gaan.

Na afloop bied ik hem zoals gewoonlijk mijn arm aan. Deze keer accepteert hij die zonder de glimlach die ik daarbij van hem gewend ben. Hij blijft met een vlakke uitdrukking op zijn gezicht voor zich uitkijken. Dan hoor ik hem na een paar passen opeens zeggen: “Je zingt mooi!”. lk kijk hem verrast aan. Zo’n opmerking, op eigen initiatief, maakt hij hoogst zelden. Totaal onverwacht laat hij een glimp zien van alles wat er in hem omgaat. lk krijg er tranen van in mijn ogen. Niet om WAT hij zegt, maar OMDAT hij het zegt, uit zichzelf. Hij is onder de indruk van mij, maar ik ben onder de indruk van hem. We lopen stil verder, arm in arm. In verbinding zonder woorden.

Horende doof

7-1-2019

Meneer M. zit in de huiskamer tussen andere bewoners. Hij is doof en memoreert dat luidkeels tegen iedereen die binnenkomt of langsloopt. Veel medebewoners schrikken van zijn luide stem of ergeren zich aan zijn harde stemvolume. Ik kom de huiskamer binnen en rol de piano voor me uit. Meneer begroet me al van verre en roept met een verontschuldigende uitdrukking op zijn gezicht: “Ja sorry, maar ik ben doof!!!”.

Ik parkeer de piano op een plek uit de loop van het verzorgende personeel. Meneer M. gaat aan de andere kant van de huiskamer zitten met zijn neus in de krant. In de loop van het muzikale uur met zachte pianoklanken verglijdt zijn luide spreken als vanzelf naar steeds meer non-verbale uitingen, gebaren, mimiek. Het laatste half uur zit hij in een luie stoel, met zijn krant op schoot, stil voor zich uit starend.

Wanneer ik afscheid neem en langs hem loop, zegt hij zachtjes: “Ik hoor het niet, ik ben doof, maar ik geniet er toch van”.

Als de storm gaat liggen

24-12-2018

Hannie loopt door de gang. Haar gezicht staat op onweer. Ze heeft net een aanvaring met een andere bewoner gehad. Ze kreeg een klap en reageerde met een serie vloeken. Nu zet ze er flink de pas in, een lang wit hemd in haar hand geklemd. Contact weert ze af.

Dan weet een vrijwilligster haar te verleiden om de muziekruimte in te lopen. Een luie stoel staat voor haar klaar. Even later zit ze, een babypop in haar armen. Ze luistert naar de pianoklanken en troetelt met de schat in haar armen. Haar gezicht ontspant. Ze kijkt me glimlachend aan en zegt: “Mooi toch he?”. Ter bevestiging kijkt ze naar de mevrouw naast haar die instemmend begint te knikken.

Een half uur later hoor ik haar zachtjes vloeken tegen haar babykind. Het is alsof ze de scene in de gang herbeleeft en nog een keer verwoordt. Daarna keert de rust weer. Na een uur staat ze op en vervolgt haar wandeling door de gang. Ze ziet er uitgerust uit, heeft weer kleur op haar wangen. Alsof ze een middagdutje heeft gedaan, compleet met ontlading en verwerking van een onopgeloste conflictsituatie.

ledere keer wanneer ze langs de deuropening komt, staat ze even stil, luistert naar de muziek, knikt en glimlacht bij zichzelf. Dan loopt ze weer verder. De storm is voorbij, de zon is weer doorgebroken.