Horende doof

7-1-2019

Meneer M. zit in de huiskamer tussen andere bewoners. Hij is doof en memoreert dat luidkeels tegen iedereen die binnenkomt of langsloopt. Veel medebewoners schrikken van zijn luide stem of ergeren zich aan zijn harde stemvolume. Ik kom de huiskamer binnen en rol de piano voor me uit. Meneer begroet me al van verre en roept met een verontschuldigende uitdrukking op zijn gezicht: “Ja sorry, maar ik ben doof!!!”.

Ik parkeer de piano op een plek uit de loop van het verzorgende personeel. Meneer M. gaat aan de andere kant van de huiskamer zitten met zijn neus in de krant. In de loop van het muzikale uur met zachte pianoklanken verglijdt zijn luide spreken als vanzelf naar steeds meer non-verbale uitingen, gebaren, mimiek. Het laatste half uur zit hij in een luie stoel, met zijn krant op schoot, stil voor zich uit starend.

Wanneer ik afscheid neem en langs hem loop, zegt hij zachtjes: “Ik hoor het niet, ik ben doof, maar ik geniet er toch van”.