Klaar voor vertrek

“Ooo! Wat fijn dat je er bent!”

Ik ben een beetje beduusd door de hartelijk begroeting van de mevrouw die achter de deur staat. We treffen elkaar bij de ingang van de afdeling.

“Ooo! Wat fijn dat je er bent!”

Ik ben een beetje beduusd door de hartelijk begroeting van de mevrouw die achter de deur staat. We treffen elkaar bij de ingang van de afdeling.

“Het is zó héérlijk om je te zien!” Wat onzeker kijk ik in haar ogen. Ik weet toch écht zéker dat ik haar niet ken. Zij mij blijkbaar wel. Ik ga voor de omkering: “Ja he, zó fijn om elkaar te zien!”. Ze straalt! Alsof we elkaar al jaren kennen, lopen we zij aan zij naar de huiskamer.

Riekie woont hier sinds een week. Ze is geen onbekende in het verzorgingstehuis. Ze woonde eerder op een andere afdeling, maar heeft nu haar plek een aantal deuren verder gevonden. Nou ja, haar plek gevonden. Niet helemaal. Helemaal níet zelfs. Het eerste wat ze me toevertrouwt, terwijl we over de gang lopen, is: ”Ik wil hier weg”. En meteen vervolgt ze hoe blij ze is met mijn komst. Ik haak erop in door te vertellen dat ik vandaag muziek kom maken en vraag haar meteen of ze van muziek houdt. Dat doet ze. Het maakt niet uit welke. “En dáárna ga ik weg”, klinkt ze resoluut.

Van de verzorging hoor ik dat Riekie lang stewardess is geweest. Ze heeft een eigen sleutel waarmee ze van de afdeling kan. Even uitvliegen. Zo kan ze wat drinken in het restaurant beneden of naar de grote tuin die rondom het verzorgingstehuis ligt. Vaak is ze echter een paar meter na het verlaten van de afdeling de weg al kwijt of heeft ze geen idee meer waar ze naar toe ging. Maar wég kan ze. Voor iemand met zoveel vlieguren een essentieel gegeven.

Terwijl ik me installeer met piano en kruk, vraagt ze me dringend: “Ik kan hier toch weg?”. Met een gerust hart beaam ik haar: “Jazeker!”. Ze kijkt me opgelucht aan: “O gelukkig, ik heb zó’n rót-tijd gehad”, zegt ze met een gezicht dat afschuw uitdrukt.

Na een halve minuut komt opnieuw de vraag: “Ik kan hier toch weg?”. En wederom antwoord ik bevestigend. Ze komt dichtbij me zitten, op het puntje van haar stoel en met haar jas aan. De rollator staat binnen handbereik. Klaar voor vertrek!

Wanneer ik de eerste tonen van de piano aansla, zie ik vanuit mijn ooghoeken de uitwerking van de muziek. Binnen een halve minuut gaat Riekie verzitten: ze nestelt zich op de stoel, leunt achterover en slaat haar benen over elkaar. Als de laatste tonen van het welkomstlied naklinken, zegt ze met een zucht: “Wat ben ík blíj dat ik híer ben!”.

Onrust heeft plaatsgemaakt voor rust. Tijd om nog wat steviger te landen en te verankeren. Bij het volgende lied zingen twee andere bewoners mee. Een mini-koortje. Riekie luistert aandachtig. Na afloop blijft het even stil. Stiltes kunnen hard en ongemakkelijk zijn. Maar deze stilte is zacht. Het geeft ruimte aan de muziek om na te klinken. Riekie wijst naar haar ogen: “Ik moet er bijna van huilen”. Een traan rolt over haar wang. Ze is helemaal in het hier-en-nu en geniet.

Om het gevoel van verbinding en daarmee verankering verder te laten groeien maak ik haar na ieder lied attent op medebewoners die in de huiskamer zitten. Zo kijken we aansluitend op een Indonesisch lied naar Toke die in Indonesië geboren is. “Wat leuk, met de KLM ben ik daar vaak naar toe gevlogen”, vertelt Riekie. “O, dat is leuk! Mooi is het daar hè?”, zegt Toke.

Vervolgens vertelt Riekie dat zij uit Friesland komt. Het Friese volkslied dat ik aansluitend zing, kent ze niet maar door de tongval begint ze opeens een paar zinnen in het Fries te praten. We kijken naar Maureen die geïnteresseerd luistert en vraagt wat het betekent. Riekie denkt even na en geeft de vertaling: ‘Friesen zijn harde werkers’. Teun zit tegenover haar. Hij glimlacht. Waar hij vandaan komt? Uit Brabant.

Riekie verzucht weer: “Ik ben zó blij dat ik híer ben”. “Ja”, zegt Maureen, “we kennen elkaar al héél lang hè”. Riekie knikt. Hoe lang? “Nou”, zegt Maureen, “wel veertig jaar denk ik”. Ze lachen en knikken naar elkaar. Dát is nog eens een stevige verankering. Cabin crew, take your seats.

Wanneer ik aanstalten maak om m’n spullen te pakken, komt de drang om weg te vliegen weer terug bij Riekie. Toch klinkt er wat verzachting door in haar wens wanneer ze zegt: “Ik kan hier toch weg? Maar niet voor altijd”, waarmee ze aangeeft dat ze haar plek stapje voor stapje zal vinden hier. Verankerd, maar vrij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.