♪ Hou jij me tassie effe vast? ♪

Luce is een rijzige, licht voorovergebogen vrouw met verfijnde gebaren. Opgeknipte, grijsblonde haren omlijsten een vriendelijk gezicht. Een oogopslag met diepgang. Een mond met een brede, ontwapenende glimlach. Altijd fleurig gekleed, wat past bij iemand die een eigen bloemenzaak heeft gehad.

Luce is een rijzige, licht voorovergebogen vrouw met verfijnde gebaren. Opgeknipte, grijsblonde haren omlijsten een vriendelijk gezicht. Een oogopslag met diepgang. Een mond met een brede, ontwapenende glimlach. Altijd smaakvol en fleurig gekleed, wat past bij iemand die een eigen bloemenzaak heeft gehad. Ze maakt makkelijk contact en … ze heeft een voorliefde voor tassen. Alle tassen. Bij voorkeur die van haarzelf. Zolang ik haar ken, heeft ze er minimaal twee aan haar arm bungelen.

Vrouwen en tassen. Een bijzondere combinatie. Vrouwen bewaken hun tas met hun leven of … ze zijn hem altijd kwijt. Bij Luce gaat het hand in hand sinds dementie mee is gaan spelen.

Het is een warme, lome middag. We zitten in de huiskamer van de zorgvilla. Het licht wordt getemperd door de zonwering. Een grote kring van mensen zit om me heen. Terwijl ik muziek maak, zie ik Luce opeens naar voren schieten. Haar hand reikt onder het krukje naast me. Ze heeft een hengsel gezien. Een hengsel van een tas. Mijn tas. Half op haar knieën tast ze verder. Haar vingers vinden het hengsel en zacht begint ze te trekken. Behulpzaam til ik het krukje op. Met een dankbare blik pakt ze mijn tas, stopt hem onder haar oksel, staat op uit haar geknielde houding en loopt terug naar haar stoel.

Mmm, m’n bril zit nog in de tas. Maar om nu meteen m’n tas terug te vragen, lijkt me wat veel gevraagd. Eerst maar eens twee liedjes uit het hoofd. Dan kan Luce in alle rust de tas aan een onderzoek onderwerpen. Ik houd m’n hart vast. Mijn tas is niet echt een toonbeeld van orde en netheid. Het is meer een object waarin ik van alles kwijt kan: lekkere tussendoortjes, handige onderwegdingetjes. Nou ja, verder zal ik er niet over uitwijden. Voor mij is het een walhalla aan snuisterijen, voor mijn man een gruwel waar hij zijn handen liever niet aan vuil maakt. Hij blijft het liefst in de bovenste regionen 😊. Ik ben benieuwd wat Luce allemaal weet op te graven uit de krochten van mijn heiligdom. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de ritsen opengaan: aan de bovenkant, de voorkant, de achterkant. Dan ligt de tas stil op haar schoot.

Een mooi moment voor een vraagactie. Ik loop naar Luce, vertel dat ik m’n bril even nodig heb voor het volgende lied en vraag of ik het uit ‘de’ tas mag pakken, subtiel in het midden latend van wie de tas is. Met een gul gebaar houdt Luce de tas voor me open. Wanneer ik met m’n hulpstuk weer terugloop naar de piano, vertel ik dat ik haar zo dankbaar ben dat ze op ‘de’ spullen past. We glimlachen vol begrip naar elkaar. “Nou”, zegt een medebewoonster die precies door heeft hoe de vork in de steel zit, “je kunt je geen betere bewaakster wensen”. Ook wíj glimlachen vol begrip naar elkaar.

Als Luce aan het eind van het muziekuur de huiskamer verlaat, ligt de tas vergeten in een hoek.

In alle vrijheid eigen ik me het heiligdom weer toe. Met alles eróp en eráán. En vooral: erín.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.