“Ik ben zó ziek”. Kokhalzend zit ze op haar stoel. Een lapje met ondefinieerbare vlekken op de armleuning binnen handbereik. Ze heeft een prachtige jurk aan, als altijd. Voorheen was ze schoonheidsspecialiste met een eigen salon. Nu woont ze sinds een jaar in een verzorgingstehuis. Zesenvijftig is ze.

“Ik ben zó ziek”. Kokhalzend zit ze op haar stoel. Een lapje met ondefinieerbare vlekken op de armleuning binnen handbereik. Ze heeft een prachtige jurk aan, als altijd. Voorheen was ze schoonheidsspecialiste met een eigen salon. Nu woont ze sinds een jaar in een verzorgingstehuis. Zesenvijftig is ze.
“Ik ben zó ziek”, zegt ze weer. “Net was ik nog…”, en ze gebaart naar de badkamer. “En toen…” Haar hand maakt een veelzeggend golvend overgeefgebaar.
“Zo gek. Ik ben zó ziek. Als ik zo doe…”, vertelt ze verder terwijl ze zich voorover buigt, “dan…”. Hier kokhalst ze weer. Op het moment dat ze bukt, valt haar blik op de sloffen die ze aan heeft. Ze trekt er één voet uit. Vijf zwart gelakte nagels komen tevoorschijn. Samen bewonderen we ze.
En haar andere voet? Ja ook. “Heeft mijn dochter gedaan”, zegt ze trots. “Die verzorgt hier in huis de voetjes. Ja, leuk he?!”.
En haar vingers? Nee, die nagels doet ze zelf. Zachtroze vandaag. Ondertussen zet ik het lied Daar bij die molen in. Ze houdt van oudhollandse liedjes. De herkenning geeft haar zelfvertrouwen en daarmee plezier.
Daar woont het meisje waar ik zoveel van houd. “Ja”, verzucht ze na het lied. “Dat is mijn dochter. Daar heb ik zó’n verbinding mee”.
Ik zag haar voor de eerste keer aan de oever van een vliet. Een zachte uitdrukking trekt over haar hele gezicht. Het ziekzijn is naar de achtergrond verdwenen. Geen overgeefneigingen meer.
En sinds die tijd kom ik daar weer, die plek vergeet ik niet. Nu grinnikt ze. Alsof ze wel beter weet.
Bij iedere keer dat ik haar het lied toezing, reageert ze met zachtheid en een grinnik. Bij de vijfde keer zingt ze frasen mee. Een wiegende beweging van haar lichaam. Ritmisch meetikken van haar vingers.
Misschien is het nooit haar lievelingslied geweest, maar op dit moment geeft het haar relativering van haar vergeetachtigheid en een gevoel van liefde, de liefde voor haar dochter. Zo diep voelbaar. Iedere keer opnieuw is er die zachte glimlach, dat gevoel van diepe verbinding en liefde en dat kleine vleugje humor over het vergeten. Wat maakt dat we gewoon weer van vooraf aan beginnen. Al zingen we het lied vijftig keer, duizend keer, een miljoen keer, geen van beiden worden we het beu. Laat staan kotsbeu.
Hoi Karin,
Ik had vandaag het genoegen om bij jullie samenzijn aanwezig te mogen zijn.
Van tijd tot tijd was ik geëmotioneerd, de liefde waarmee je dit doet is geweldig. De zachtheid en helderheid in je stem lijken Liesbeth te betoveren.
Dank hiervoor, Erik
Nou Erik, je reactie ontroert me. Ontzettend waardevol dat je erbij kon zijn. Voel je alsjeblieft altijd welkom! Karin