“En m’n zoon is dood”, zegt ze plompverloren tussen alle gedachtenassociaties door, die elkaar in rap tempo en vaak op rijm opvolgen. We vallen allebei even stil.

“En m’n zoon is dood”, zegt ze plompverloren tussen alle gedachtenassociaties door, die elkaar in rap tempo en vaak op rijm opvolgen. We vallen allebei even stil. Ze kijkt me met lede ogen aan. “Verschrikkelijk”, zegt ze dan. “Hasj, heroïne, cocaïne en ga maar door. Snuiven, spuiten, slikken. Dan gingen ze naar achteren en dan wist ik het wel. Ja, wij hadden een café. Met een biljart. En een jukebox. Boer, wat zeg je van mijn kippen. Een haan met veren. De zee, de blauwe zee, blauwe ogen, rode rozen, een paars pakje, van fluweel, daar deed ik de communie in. Ja, ik ben katholiek. De Pauluskerk”.
Elke keer als ik haar bezoek, memoreert ze een aantal keren haar overleden zoon. Her en der in haar kamer staan foto’s van hem en de vier kinderen die hij achterliet.
Ook vandaag vertelt ze over Gerrit. En weer zijn we stil. “Zullen we een lied voor hem zingen?”, vraag ik zacht. Ze knikt en zet meteen spontaan in:
“Ik geef je een roosje, m’n Roosje.
Ik geef je een roos elke dag.
En ik hou van jou tot de wei zonder dauw
en de echo niet lacht om een lach”.
Terwijl de tranen over míjn wangen rollen, vervolgt zíj direct haar rijmende associaties, tot het volgende moment dat het overlijden van Gerrit ter sprake komt. Weer stel ik voor om een lied voor hem te zingen en opnieuw zet ze het lied van Conny Vandenbos in. Samen zingen we over het roosje, terwijl we naar zijn foto kijken.
Dan zegt ze: “Ik moet het vergeten”. Ze wil alweer verder praten als ik haar handen vastpak en zeg: “Nee hoor, je hoeft het niet te vergeten. Laten we hem gedenken. Het mag er zijn, hier en nu … hij … jouw verdriet”. “Ja”, knikt ze aandachtig. “Vertel nog eens wat over hem”, nodig ik haar uit, “was het een goeie jongen, van binnen?”. “Ja”, zegt ze en heel even blijft het nog stil. Dan pakt ze haar draad van associëren weer op.
Stilstaan bij verdriet, geeft ruimte om te rouwen. Als je het probeert te vergeten, sterft er iets in jou.