“Nee he!” Zijn gezicht spreekt boekdelen als hij me begroet wanneer ik binnenkom voor het muzikale uur in de huiskamer. Nou ja…begroet…afwijst.

“Nee he!” Zijn gezicht spreekt boekdelen als hij me begroet wanneer ik binnenkom voor het muzikale uur in de huiskamer. Nou ja…begroet…afwijst. Hij ijsbeert hierna vijf minuten non stop rond, om vervolgens de resterende tijd op de bank door te brengen. Wanneer ik wegga, steekt hij zijn hand op en zegt: “Het beste”.
Tot zo ver niet veel bijzonders zou je zeggen.
Toch wel.
Het gaat hier over Hank, een meneer van 56 jaar met twee hersenvliesontstekingen achter de rug waardoor zijn korte termijngeheugen niet meer werkt. Hij woont sinds een half jaar in een zorgcentrum, op een afdeling voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Een plek waar hij niet wil zijn. Zijn situatie is voor hem onbegrijpelijk en onacceptabel. Toch wordt hij er elke dag mee wakker en gaat hij er elke dag mee naar bed.
Voorheen vond hij geen rust, liep hij eindeloos heen en weer, op en neer, de gang door, naar zijn kamer, weer terug naar de huiskamer, het balkon op, terug naar de huiskamer, de gang op, naar zijn eigen kamer enzovoorts.
Geen enkele belangstelling voor andere bewoners of voor activiteiten in de huiskamer zoals de wekelijkse muziekochtend op maandag. Hij haakte meteen af. Wilde geen contact, geen aansluiting, geen favoriete muziek horen. Wat hij voelde en uitstraalde was: “Ik wil hier niet zijn en waarom ik hier wel ben, weet ik niet”.
Maar nu, na een aantal maanden, verandert er iets als ik muziek kom maken. Het is bijna onmerkbaar. Zijn grondhouding is nog steeds ‘nee’, letterlijk en figuurlijk. Hij wil hier nog steeds niet zijn. Maar het ijsberen stopt na vijf minuten. Hij gaat zelfs op de bank zitten. En het gaat verder dan alleen zitten. Hij duwt een kussen in zijn rug, doet zijn benen omhoog, schuift onderuit, leunt met zijn hoofd tegen de rugleuning en draait zijn gezicht naar de muziek. Vroeger thuis noemden wij dat … nestelen. Je voelt je fijn, maakt het je comfortabel. Je bent thuis.
De kanteling bij Hank kwam een paar weken geleden, toen hij bij navraag aangaf dat hij graag instrumentale muziek wilde horen. Ik zette Einaudi in, ‘le Onde’. De golf. Het werd een golfbreker, want Hank brak. De man die er niet wilde zijn, legde zijn hoofd in zijn handen, in overgave.
En sindsdien nestelt hij zich tijdens het muziekuur na vijf minuten ijsberen op de bank. Hoor ik zijn stem af en toe meezingen. Denkt hij mee met wie de zanger van het lied zou kunnen zijn. Gaat hij in op humor. Maakt soms zelf een grapje. En geeft hij na afloop vanaf zijn nestelplek op de bank een zwaai met zijn hand en een welgemeende afscheidsgroet: “Het beste”.
Nestelen kun je uiteindelijk overal. Het thuisvoelen zit van binnen.