Vol aandacht luisteren de mensen in de zorgvilla naar de muziek. Alleen rechts van me hoor ik gepraat. Drie vrouwen zitten naast elkaar.

Vol aandacht luisteren de mensen in de zorgvilla naar de muziek. Alleen rechts van me hoor ik gepraat. Drie vrouwen zitten naast elkaar. Rechts zie ik Roosje. Zij woont hier al jaren, samen met haar man John. In het midden zit Tineke, met een winterjas aan. Als het maar even kan, loopt ze buiten in de tuin. Helemaal links bladert Laura zonder te kijken in een tijdschrift. Zij heeft pas sinds gisteren een kamer in het huis. Roosje en John zijn oude kennissen van haar. Het maakt het wennen aan een andere woonomgeving misschien wat makkelijker.
Laura, helemaal links, kijkt naar Roosje, helemaal rechts, en vraagt: ”Blijft jouw John ook hier?” Maar Roosje is hardhorend, heeft moeite om auditieve informatie te verwerken en is bovendien gebiologeerd door de muziek die ik maak. Ze reageert in ieder geval niet op de opmerking van Laura en kijkt weer naar voren.
Daarom vraagt Laura nog eens: “En jouw John, blijft die ook hier?” Tineke, in het midden, ziet de vragende blik van Laura en stoot haar andere buurvrouw aan: “Ze vraagt of jouw John hier ook blijft?” Roosje kijkt verstoord op: “Wat?” “Jouw John!”, herhaalt Laura kort. “Iets over jouw John”, geeft Tineke op haar beurt weer door. “Ik weet niet waar je het over hebt”, zegt Roosje met een schouderophalen.
Laura gooit het over een andere boeg. Ze houdt het tijdschrift omhoog en vraagt: “Is deze van jou?” Roosje is intussen weer geabsorbeerd door de muziek. Laura blijft haar vragend aankijken, dus Tineke, in het midden, intermedieert weer: “Ze vraagt of deze van jou is?” Nu kijkt Roosje opnieuw op en ziet de twee vragende vrouwen. “Wat?” “Of het van jou is”, verduidelijkt Tineke. “Ik begrijp er helemaal niks van”, en Roosje keert zich weer naar de muziek.
Laura blijft met een vragende blik afwachten, zoekend naar houvast, herkenning en verbinding. Tineke valt ook stil, ergens in het midden. Ze trekt haar winterjas wat steviger om zich heen. Ik overweeg om naar het drietal toe te lopen, maar wacht nog even.
En dan is het opeens Roosje die rigoureus het roer omgooit. “Mooie muziek hè?”, zegt ze, terwijl ze zich naar Laura toebuigt. “Ja”, beaamt Tineke, “een prachtige stem”. Laura kijkt even verbouwereerd naar de twee enthousiaste gezichten, maar dan ineens lijken de klanken tot haar door te dringen en verrast richt ze haar blik voor de eerste keer deze middag op de muziek.
“Ze komt elke week”, voegt Roosje er nog aan toe. “Ja”, bekrachtigt Tineke, “en dan zingt ze.” “O, wat fijn”, reageert Paula oprecht blij. Alle vraagtekens zijn verdwenen en opeens genieten ze gedrieën van de muziek, nu als vanzelf met elkaar verbonden.
Muziek is een taal die iedereen verstaat.
Mooie Pinksteren!
Foto: Wilde narcissen (Karin Blankert)