Hemels

“Hou es op met dat geblèr!” De mevrouw die me vorige week nog de hemel in prees, kijkt met een schijnbaar stoïcijnse blik voor zich uit. “Ik heb honger”, vervolgt ze en ze kijkt met een holle blik naar de kruimels op haar bord.

“Hou es op met dat geblèr!” De mevrouw die me vorige week nog de hemel in prees, kijkt met een schijnbaar stoïcijnse blik voor zich uit. “Ik heb honger”, vervolgt ze en ze kijkt met een holle blik naar de kruimels op haar bord. Een verzorgende komt aanlopen met een mok koffie. “Wilt u er melk en suiker in?” “Allebei”, antwoordt ze met graagte.

Een week ervoor woonde ze nog maar een half uur op de observatieafdeling van het zorgcentrum. Ze schoof meteen aan bij de luisterende kring in de huiskamer. Na het eerste lied zei ze: “Goddelijk.” Bij het lied erna: “Wat is dit mooi. Ik heb er geen woorden voor.” En nog later: “Het past niet om te klappen. Dat maakt alles kapot. De hele sfeer.” Zacht en stil genietend, met de handen in elkaar gevouwen, luisterde ze verder. We namen afscheid met de belofte dat ik er volgende week weer zou zijn.

Zo was het vorige week. Vandaag is alles anders. Het ‘geblèr’ laat ik maar even achterwege. Zacht speel ik op de piano. Na een paar slokken koffie peil ik hoe de stemming is. Ik laat in ieder geval de fysieke afstand wegvallen, ga naast haar zitten, snuif de geur van de koffie op en vraag kort: “Lekker?” “Ja”, antwoordt ze even summier. Ik trek de stoute schoenen aan en peil verder: “Zal ik nog een lied zingen?”. “Ja, dat is goed”. “Nederlands of Engels?”, pols ik nog. “Engels vind ik mooi.” “Dan zing ik voor u een Engels lied.”

Al heb ik ‘het mooiste beroep van de wereld’ zoals sommigen zeggen, het is niet altijd hemels. Het vraagt steeds weer om peilen en polsen, zodat geblèr weer goddelijk kan worden.

Foto: Poelkikker (Karin Blankert)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.